Bij mijn twee oudste dochters leek opvoeden bijna vanzelf te gaan.
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik het wel begrepen had.
Toen werd mijn zoon geboren.
Hij noemde zichzelf later lachend ‘de tester van de limieten’.
Toen ik hem vroeg waarom hij toch altijd de grenzen opzocht, zei hij:
‘Iemand moet dat hier toch doen?’
En geloof me: hij deed zijn werk grondig.
En toen kwam mijn vierde kind, opnieuw een dochter.
Zij zette werkelijk alles op zijn kop.
Mijn aanpak leek geen vat te hebben op haar.
Ze weigerde te luisteren, ook al was ze nog maar drie jaar oud.
Het werd lastig.
Want ik wilde het thuis gezellig houden.
Niet roepen, schreeuwen, dreigen of straffen.
En ik wilde vooral niet dat opvoeden een dagelijkse uitputtingsslag werd.
Dus moest ik nog andere en vooral creatievere manieren bedenken om mijn vier kinderen op te voeden.
Niet harder. Niet strenger. Maar slimmer.
En vooral wijs.
Ik wilde mijn kinderen bovendien anders opvoeden dan ik zelf was opgevoed.
Ik groeide op met een vrij autoritaire opvoeding, waarin weinig ruimte was voor emoties.
Daardoor voelde ik me als kind vaak alleen en onbegrepen.
Dat gevoel wilde ik mijn eigen kinderen niet meegeven.
Ik wilde dat ze zich veilig, geliefd én geborgen voelden.
Maar ik wist ook dat liefde alleen niet genoeg is.
Kinderen hebben grenzen nodig.
Ik wilde echter geen keuze maken tussen liefdevol óf kordaat opvoeden.
Ik wilde beide.
Liefde én grenzen.
Verbinding én duidelijkheid.
Vrijheid én verantwoordelijkheid.
En omdat ik er met vier kinderen grotendeels alleen voor stond, moest het ook nog praktisch en haalbaar zijn.
Geen ingewikkelde theorieën die prachtig klinken maar op maandagochtend om halfacht niet werken.
Ik had manieren nodig die werkten midden in het echte leven.
Aan tafel. Bij het opruimen. Tijdens ruzies. Bij huiswerk. Wanneer een kind voor de zoveelste keer ‘nee’ zegt.
En juist op die momenten waarop je zelf moe bent en geen zin hebt in nóg een discussie.
Dus begon ik te observeren, uit te proberen en bij te sturen.
Wat werkte, behield ik. Wat niet werkte, ging eruit.
En langzaam ontstond een manier van opvoeden die niet alleen mijn kinderen hielp… maar die ook mij als moeder veel meer rust gaf.

Wat begon als een zoektocht naar meer rust in mijn eigen gezin, groeide langzaam uit tot een complete manier van opvoeden.
Een methode die steunt op drie belangrijke bronnen:
1. Mijn opleiding als psychologe
De wetenschappelijke en pedagogische kennis die mij leerde begrijpen hoe kinderen zich ontwikkelen en wat ze nodig hebben.
2. Meer dan 35 jaar professionele ervaring
Duizenden gesprekken met ouders en kinderen die mij leerden wat in theorie mooi klinkt én wat in een echt gezin daadwerkelijk werkt.
3. Mijn eigen vier kinderen
Mijn grootste leermeesters. Zij dwongen me om te blijven zoeken, observeren, bijsturen en soms compleet opnieuw te beginnen.
Uit die combinatie ontstond wat ik vandaag WIJS Ouderschap noem.
Een manier van opvoeden waarin liefde, grenzen, verbinding en groei samenkomen.
Mijn kinderen zijn inmiddels volwassen en zelf ouders.
Als grootmoeder van zeven kleinkinderen zie ik hoe zij veel van die principes aan hun eigen kinderen doorgeven.
Dat ontroert me nog altijd.
Alles wat ik onderweg leerde, bundelde ik in Choco & Mayonaise:
een praktisch boek voor het echte gezinsleven, juist voor de momenten waarop je je afvraagt: ‘Wat doe ik nú?’
